Zingt Jubilate 200-299
- 201 Nu zijt wellekome
- 202 Fonteine, Moeder
- 203 De mensen die gaan in het duister
- 204 Al wie dolend in het donker
- 205 Heden zal uw Redder komen (zie ZJ 204)
- 206 Komt ons in diepe nacht ter ore
- 207 Voor kleine mensen
- 208 Er is een roos ontsprongen
- 209 Gods genade is verschenen
- 210 Heer, hoe zijt Gij gekomen
- 211 Wat werd verhoopt
- 212 Uit uw hemel zonder grenzen
- 213 Heden zult gij zijn glorie aanschouwen
- 214 Vanwaar zijt Gij gekomen (zie ZJ 208)
- 215 Verschenen is de mildheid
- 216 Ik kniel aan Uwe kribbe neer (oude uitgave)
- 217 Prijs de Heer die herders prijzen (oude uitgave)
- 218 Komt allen tezamen
- 219 Het volk dat wandelt in het duister
- 220 Daar komt een schip, geladen
- 221 Eer zij God in onze dagen
- 222 U Jezus Christus loven wij (oude uitgave)
- 223 Dansen wil mijn hart en springen (oude uitgave)
- 224 Looft God, gij Christ'nen (oude uitgave)
- 225 In den beginne was het Woord
- 226 Geef, Heer, de Koning uwe rechten (oude uitgave)
- 227 In den beginne was het Woord, God die
- 228 Als een ster in lichte luister
- 229 Door het donker hier gekomen
- 230 Gezegend Woord, dat deze nacht
- 231 Een diepe nacht houdt Bethlehem
- 232 Van ver, van oudsher aangereikt
- 233 Gods woord van het begin
- 234 Toon ons uw Zoon als bron van licht (zie ZJ 134)
- 235 Heeft Hij ons bidden opgevangen (zie ZJ 206)
- 236 Hoe helder staat de morgenster