Ga direct naar de hoofdinhoud
- 906 Midden in de dood
- 907 Eens, als de bazuinen klinken
- 908 Heer, herinner u de namen
- 909 O Christus, Heer der heerlijkheid
- 911 Breng ons weer thuis uit de ballingschap
- 912 Nu is het woord gezegd
- 913 Er is een land van louter licht
- 914 Roept God een mens tot leven (zie ZJ 123)
- 916 Heer, herinner u de namen
- 918 Eens komt de grote zomer
- 919 Het mensenvolk dat in het duister leeft
- 920 Wie zijn taak als mens vervulde in dit leven
- 921 Gestorven graan wordt brood
- 922 Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap
- 923 Niemand leeft voor zichzelf
- 924 Ik sta voor U in leegte en gemis
- 925 Nu geef ik U mijn ziel in handen
- 926 Ten paradijze
- 927 De Heer verschijnt te middernacht
- 928 Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen
- 929 Het einde aller dingen is nabij
- 930 Een mens te zijn op aarde
- 931 Hoe sprong mijn hart hoog op in mij
- 932 In uw diepe droefenis
- 933 De dood is ons te machtig
- 934 Die ons in 't hart geschreven staan
- 935 Wie in de schaduw Gods mag wonen
- 936 Wie Gods rechte wegen gaat
- 937 Het graan slaapt in de aarde
- 938 Uit de graven en spelonken
- 939 Hij die gesproken heeft een woord dat gaat
- 940 Mogen de engelen, boden van licht
- 941 Niets gaat verloren van wat God ons gegeven heeft
- 999 Litanie van alle heiligen